Breitermen woordenboek
Breipatronen staan vol afkortingen en vaktermen. Hieronder vind je de belangrijkste, helder uitgelegd, zodat je nooit meer vastloopt halverwege een patroon.
Veelgebruikte afkortingen
| Afkorting | Betekenis |
|---|---|
| r | recht breien (rechte steek) |
| av | averecht breien (averechte steek) |
| st | steek |
| nld | naald |
| 2 sam.br. | 2 steken samen breien (minderen) |
| omsl | omslag (meerderen met een gaatje) |
| M1 | 1 steek meerderen (make one) |
| herh | herhaal |
| rnd | ronde (bij breien in het rond) |
| dpn | sokkennaalden (double pointed needles) |
Begrippen van A tot Z
Afkanten
De laatste rij van je naald halen zonder dat je werk uitrafelt. Je trekt steeds de ene steek over de andere.
Blocken (spannen)
Je afgewerkte breiwerk natmaken of stomen en op maat vastspelden, zodat de steken gelijkmatig worden en het werk mooi in model komt.
Boordsteek
Een elastische steek waarbij je rechte en averechte steken afwisselt (1 om 1 of 2 om 2). Gebruikt voor manchetten en boorden. Lees meer.
Gauge (stekenverhouding)
Het aantal steken en rijen per 10 × 10 cm. Bepalend of je werk op maat komt. Controleer het altijd met een proeflapje.
Hiel keren
De techniek met korte rijen waarmee je bij het sokken breien een hoek maakt waar je hiel in past.
Magic loop
Een manier om kleine buisjes in het rond te breien op één lange rondbreinaald, in plaats van met een set sokkennaalden.
Minderen
Het aantal steken verkleinen, bijvoorbeeld door twee steken samen te breien. Zo maak je je werk smaller.
Meerderen
Het aantal steken vergroten, bijvoorbeeld met een omslag of door uit één steek er twee te breien. Zo maak je je werk breder.
Omslag
De draad extra om de naald slaan om een steek erbij te maken. Laat een klein, decoratief gaatje achter — de basis van ajour- en kantwerk.
Opzetten
De allereerste rij steken op je naald leggen. Het fundament van elk breiwerk. Zo doe je dat.
Proeflapje (swatch)
Een klein testlapje dat je breit om je gauge en de kleur te controleren voordat je aan het echte werk begint.
Ribbelsteek
Elke rij recht breien. Geeft een stevig, dubbelzijdig breiwerk dat niet omkrult — ideaal voor beginners.
Steek laten vallen
Een steek die per ongeluk van de naald glijdt en dreigt uit te rafelen. Met een haaknaald werk je hem weer omhoog.
Tricotsteek
Rechte en averechte rijen afwisselen. Geeft de gladde 'v-tjes'-kant die je van truien kent.
Termen begrepen? Ga breien
Nu je de taal van het breien spreekt, kun je elk patroon aan. Kies een project en begin.